-A A +A

Zefanja - Semper reformanda (2)

Jaargang: 
12
Datum: 
24 okt. 2018
Nummer: 
18
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
2098

Sef. 1:4-6

4     Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda en tegen alle inwoners van Jeruzalem. Ik zal van deze plaats uitroeien het overblijfsel van de Baäl, de naam van de afgodspriesters, met de priesters,

5     en hen die zich neerbuigen op de daken voor het leger aan de hemel, en hen die zich neerbuigen en zweren bij de HEERE én zweren bij Malcam,

6     en die zich van de HEERE afkeren, bij Hem vandaan, en die de HEERE niet hebben gezocht en niet naar Hem hebben gevraagd.

 

De naam van de HEERE ijdel gebruikt

De profeet Zefanja treedt op in een tijd dat onder de vrome koning Josia een reformatie is tot stand gekomen. Toch heeft de HEERE een reden om vernietigend oordeel over zijn volk aan te kondigen. Deze wordt ons duidelijk als in vers 4.   De Here ziet dat het hart van zijn volk toch weer naar de afgoden is uitgegaan. Er is nog een overblijfsel van de Baaldienst achtergebleven. Deze goden van de Kanaänitische volken zijn opnieuw voorwerp van verering. Gods volk doet weer massaal mee met de wereld in de dienst aan de afgoden. Niet altijd overduidelijk. Nee, ze nemen daarbij ook vaak de naam van de HEERE in hun mond.

 

Vers 5: ze “ zweren bij de HEERE èn zweren bij Malcam”. Malcam of Milkom is de afgod van de Ammonieten (1 Kon. 11:5, 33). Deze mensen zoeken dus het compromis. Ze combineren de dienst aan de HEERE met de dienst aan de afgoden van heidenen. Naar die afgoden gaat hun hart uit. Maar tegelijk misbruiken ze de naam van de HEERE. Dat is niet oprecht, niet ootmoedig, niet vol vreze en eerbied. Hierin spreekt niet een liefde tot de HEERE als de ene ware God (Deut. 6).

Dit is overspel, waarbij de naam van de HEERE ijdel gebruikt wordt. Dat zal de HEERE niet ongestraft laten.

 

De doorgemaakte reformatie heeft hun hart niet ècht veranderd. Hun begeerten naar deze wereld blijven werken. Ze zoeken niet de HEERE maar zichzelf (vers 6). Er is alleen een schijn van godsdienstigheid zonder vertrouwelijke omgang met de HEERE.

 

Valse gerustheid

Daarbij denken ze dat de HEERE hen wel zal sparen. Hij zal hen geen kwaad doen. Ze roepen nota bene toch Zijn naam aan? Ze denken zegt vers 12: “ De HEERE doet geen goed en Hij doet geen kwaad”. Alleen het wonen in Jeruzalem, alleen het lid zijn van de kerk, alleen het noemen van de HEERE in de kerk, is geen garantie dat de HEERE welgevallen in je heeft.

De Heere zoekt een hartelijk geloof. Een geloof dat alles van Hem verwacht. Een geloof dat Hem zoekt en naar Hem vraagt. Daar past geen overblijfsel van de dienst aan afgoden bij.

 

Voor de schijn was er dus wel een dienen van de HEERE, maar de HEERE accepteert dit niet.

Het dienen van de Baäl of Malcam onder het noemen van Zijn heilige Naam is een verloochening van Hem. Overspel onder gehuichel, toneelspel. Dat is dan ernstiger dan wanneer deze mensen nooit Gods naam erbij hadden genoemd. Nee, het kerklidmaatschap en het noemen van Gods naam zal hen niet redden van Gods toorn.

 

Oproep

Naast hen die huichelen in de kerk, zijn er ook die zonder meer afvallen van de HEERE, Sef. 1:6.

Zij hebben de reformatie eerst wel aangenomen maar zijn daarna weer afgevallen en zeggen de HEERE openlijk vaarwel. In wezen zijn dit goddelozen, die te midden van Gods volk bleven wonen.

Voor de HEERE is zowel gehuichel als openlijk afstand doen van Hem een reden dat Hij

Zijn hand naar de kerkstad, naar Jeruzalem, zal uitstrekken om haar te straffen.

Zo lijkt de reformatie van de kerk uit te monden in een grote teleurstelling. Maar vergist u zich niet: de HEERE werkt wel door aan Zijn kerk. Hij gebruikt deze nieuwe moeiten tot loutering van Zijn volk. Ook doet Hij door middel van Zijn gerichtsprediking een uiterst appel uitgaan naar Zijn volk.

 

Semper reformanda

De titel van deze korte serie overdenkingen over Zefanja is: “ Semper reformanda”, is een verkorte weergave van de bekende uitspraak “ Ecclesia reformata semper reformanda”, dat is: de ge-re-formeerde kerk moet steeds weer ge-re-formeerd worden.

De kerk zal zich steeds weer moeten bekeren tot de Heere, omdat de afval een repeterend verschijnsel blijkt te zijn in de kerkgeschiedenis. De Heere die terugkeer heeft bewerkt, blijft zo terugkeer bewerken. Dat was in de tijd van de profeet Zefanja zo, dat is nog steeds zo.

 

Het is daarom een vertroostend en verblijdend gegeven dat de Heere Zijn kerk niet aan haar lot overlaat. Zelfs onder Zijn straffende hand roept Hij haar terug.

Wat de profeet Zefanja namens de HEERE Zijn kerk laat horen spreekt vandaag ook tot ons hart.

Combineren wij de dienst aan de HEERE ook met dienst aan de afgoden van onze tijd? Misschien stilletjes maar toch? Doen we ons ook vromer voor dan we zijn?

Gebruiken we de naam van de HEERE om zaken goed te praten die tegen Gods wil zijn?

Gaan we naar de kerk omdat dit ons een rustig gevoel geeft of geven we ons echt geven aan God en vragen we naar Hem en Zijn wil?

God is een jaloers, een na-ijverig God. Hij wil echte liefde tot Hem zien. Als dat ontbreekt: laten we ons dan opnieuw bekeren!

 

(wordt vervolgd)