-A A +A

Kennis geeft kracht

Jaargang: 
12
Datum: 
26 sep. 2018
Nummer: 
16
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
2092
Rubriek: 

" Een wijs man is sterk, en een man van kennis zet zijn krachten in. ", Spr. 24:5.
Kennis...... Het weten en onthouden van allerlei gegevens, van namen, plaatsen, feiten, gebeurtenissen, meningen, visies...... Vroeger was het verwerven van kennis in onze maatschappij nogal belangrijk. Tegenwoordig veel minder. In de Bijbel is het begrip kennis wel heel belangrijk. Een telling levert op dat het woord in de HSV 150 maal voorkomt. Daarnaast zijn er nog veel andere woorden en begrippen die met kennis te maken hebben: leren, onderwijzen, verwerven van inzicht enz. In het Bijbelboek Spreuken, het boek van de wijsheid van koning Salomo en van Agur, de zoon van Jake lezen we heel veel over kennis en wijsheid en inzicht. En we leren daaruit dat kennis een mens sterk maakt. Krachten geeft. Zoals Spr. 24:5 ook letterlijk zegt. Of Spr. 9:10: “ Het beginsel van wijsheid is de vreze des HEEREN en de kennis van de heiligen is inzicht. ” Kennis, gebaseerd op eerbied voor de HEERE, geloofskennis, geeft inzicht.

Studievaardigheden

Men is tegenwoordig de mening toegedaan dat allerlei kennis, die beschreven is in boeken, films en andere materialen, voldoende te vinden is in bibliotheken en op internet. Daarom is het niet meer zo nodig om zelf kennis over allerlei onderwerpen te verwerven. Belangrijk is om te leren wáár en hóe je die kennis kunt vinden als je die nodig hebt. Je hoeft allerlei wetenswaardigheden niet mee te dragen in je geheugen maar je moet leren hoe je met behulp van bibliotheken en mediatheken, computers, smartphones en internet de juiste informatie, die je op een bepaald moment nodig hebt, op te zoeken, te selecteren, te verwerken en te integreren. Ons hele onderwijssysteem is er dan ook steeds meer op gericht om, naast onmisbare basiskennis (als je bijv. geen letters kent kun je niet lezen en ook niet met bibliotheken en computers werken) studievaardigheden op te doen en kennis van informatietechnieken. (Hoewel, er is de laatste tijd ook weer een “ tegenbeweging” die pleit voor meer ouderwets leren …)
Nu willen we van de waarde van die zaken niets af doen. In onze maatschappij hebben mensen die steeds meer nodig. Maar daardoor is er wel al jarenlang een trend om, wat we noemen " feitenkennis" en het opslaan van informatie in het geheugen, uit het hoofd leren (memoriseren), onder te waarderen. Die ontwikkeling heeft ook, zo menen we, grote invloed gehad op het kerkelijk leven. Ook op ons kerkelijk leven.

Band

Daarnaast is er in de kerken waarvan we ons hebben vrijgemaakt de ontwikkeling geweest, onder invloed van de evangelische beweging, om er van uit te gaan dat in het leven van een christen de persoonlijke band aan God en daaruit volgend de persoonlijke band met de naaste, het allerbelangrijkste is. Belangrijker dan echte kennis van de Bijbel, van de belijdenis, van de geschiedenis van Gods Kerk.
Ook in deze visie werd in de kerken het uit het hoofd leren van Bijbelse namen en gebeurtenissen, Bijbelteksten, catechismuszondagen, feiten uit de kerkgeschiedenis e. d. eigenlijk onbelangrijk. Dat ging ook gelden voor kennis van de betekenis van Schriftgedeelten en kennis van de Schriftuurlijke uitleg van belijdenisgeschriften en de bestrijding van dwalingen e. d. Allemaal overbodige ballast. Papier. Het ervaren van de band met God, het gevoel en de emotie, de beleving, werden voor het geloof maatgevend.
Nu willen we ook niet ontkennen dat de band met God en een Bijbelse geloofsbeleving belangrijk zijn. Maar wel menen we dat geloofskènnis beslist noodzakelijk is om de Heere recht, dat is zoals Hij zich geopenbaard heeft, te kennen en die band met Hem, die Hij met ons is aangegaan in zijn Verbond, te kunnen hebben. Voor een Bijbelse geloofsbeleving is Bijbelse kennis onmisbaar.

Beide ontwikkelingen, de onderwijskundige en de evangelische, hebben er toe geleid dat er in de kerken, ook onder ons, heel veel kennis niet meer aanwezig is. Het gevolg van de tijd waarin we leven.

Inhoud

In Zondag 7, antwoord 21, spreekt de kerk de Schrift na:

" Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. " Daarnaast is het een vast vertrouwen. Maar niet alléén vertrouwen. En niet alleen een stellige overtuiging. Er staat iets bij: àlles wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Een waar geloof heeft als inhoud alles wat God in de Bijbel aan ons heeft gegeven.
Geloof is niet iets wat we soms nodig hebben. Wat we, als we er behoefte aan hebben, kunnen inschakelen en later weer uitschakelen. Geloof omvat en doortrekt ons hele leven. Het bepaalt ons leven en geeft er richting aan. Echt geloven betekent dat er niets is in ons leven dat buiten dat geloof blijft. In Luc. 10:27 lezen we het grote geloofsgebod dat de Heiland ons gaf:

" Hij antwoordde en zeide: Gij zult de Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf. "

Gehéél mijn hart. Gehéél mijn ziel. Gehéél mijn kracht. Gehéél mijn verstand. Alles, mijn hele leven, mijn hele persoon, in dienst stellen van de Heere. Dat is geloven.
En als we dat willen, als we echt gehoorzaam willen zijn aan de roeping van de Heere om te gelóven, dan moeten we toch ook weten wat geloven inhoudt. Wat het dan precies is wat God ons heeft geopenbaard. Wat alles in de Bijbel, wat heel Gods Woord zegt en betekent. Kennis!
Een geloof zonder kennis, zonder inhoud, alleen maar gebaseerd op gevoel en beleving, of, misschien beter gezegd, eenzijdig gebaseerd op gevoel en beleving, met te weinig aandacht voor geloofsinhoud, voor geloofskennis, dat kan niet bestaan. Dan is er op de duur geen sprake meer van echt geloof. Dan kan dat inhoudsarme geloven geen richting geven aan het leven. Dan wordt het niet meer goed mogelijk om de Heere naar zijn wil te dienen. Hoe zouden we de Heere kunnen dienen als we geen kennis hebben van zijn openbaring in de Bijbel? Hoe zouden we ons leven kunnen inrichten naar zijn wil, als we niet kennen en begrijpen wat Hij van ons vraagt?

Beschikbaar

Geloofskennis, kennis van de Heere en zijn grote werken, kan dan ook niet iets zijn wat je wel kunt opzoeken, af en toe, als je denkt dat je het nodig hebt. Geloofskennis moet, om het zo maar eens te zeggen, voortdurend beschikbaar zijn. Want geloven omspant en doortrekt het hele leven.
Ik vertrouw op de Heere. Ik ken Hem als mijn Vader. Dat geeft mij rust en kracht. Daardoor kan ik iedere dag opgewekt leven. En zo bid ik ook tot Hem. Maar...... tot wat voor een Vader bid ik dan? Wat voor beeld heb ik dan voor ogen? Wat voor beeld máák ik dan van mijn Vader? Wat is eigenlijk die kracht die ik meen te hebben? Heb ik een Vader voor ogen naar het beeld van mijn eigen vader? Die in mijn gedachten is als een goede vriend? Of als een strenge leermeester? Of misschien als de man die er nooit was en die me mijn eigen gang liet gaan? En die weinig voor me deed? Had ik misschien geen vader en zag ik zo iemand alleen bij anderen thuis? Maar op wie vertrouw ik dan eigenlijk? Tot wie bid ik dan? Als ik uitga van mijn gevoel of van mijn eigen ervaring, dan heb ik een heel verkeerd beeld voor ogen. Dan is mijn vertrouwen gegrond op mijn eigen voorstelling en niet op Gods zelf-openbaring als Vader in de Hemel. Dan kan mijn gebed niet in overeenstemming zijn met de wil van de Heere. Want die ken ik niet. En ik kan die kennis ook niet even oproepen......... Mijn geloofskennis schiet tekort. Ik heb te weinig inhoud. En ik kom op een verkeerd spoor. Op een eigenwillig en dus ongelovig spoor!

Geloven en gelovig willen leven vraagt om geloofskennis die beschikbaar is. Een kennis die ons zo eigen geworden is dat het een deel van onszelf is.
Die kennis krijgen we natuurlijk niet vanzelf. En die kennis zal ook nooit volkomen zijn. Dat hoeft ook niet. Die kennis hoeven we ook niet allemaal in dezelfde mate te hebben. De Heere heeft ons allemaal verschillend geschapen. Met verschillende gaven en beperkingen. Met verschillende talenten dus ook. Maar kennis van de Heere en zijn werken hebben we wel nodig. Zonder die kennis dwalen we van de Heere af.

De Heere vraagt het

En nu moeten we vooral niet denken dat dit conclusies van mensen zijn. Dat wíj vinden dat kennis van Gods Woord dus belangrijk is. Nee, de Heere zegt het zelf. Hij vraagt zelf van ons om bezig te zijn met zijn Woord. Om kennis te vergaren en zijn wil en Wet te doorgronden. De Heere vertoornt zich erover wanneer zijn volk die kennis verwerpt en daardoor op een verkeerde weg gaat. Wie kennis niet nodig vindt, die loopt gevaar dat uiteindelijk de Heere hem of haar verwerpt!

" Hoor het woord van de HEERE, Israelieten, want de HEERE heeft een  rechtszaak met de inwoners van dit land, omdat er geen trouw, geen goedertierenheid en geen kennis van God in het land is.. " (Hos. 4:1).
" Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat ú de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat u de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.. " (Hos. 4:6).

Kennis

We moeten wel goed begrijpen wat die kennis inhoudt. Kennis in de Bijbel is bijna altijd verbonden aan het geloof. Mensen hebben het vaak over " dorre feitenkennis", " dode letters". Maar de kennis van de Heere en zijn werken kan nooit dor en dood zijn. Juist omdat het gaat om kennis van Hem die ons in zijn Zoon leven geschonken heeft. Het kan wel zijn dat we dat niet goed zien met ons beperkte menselijke inzicht maar daarom is het niet minder waar. Als kinderen op school een rijtje namen leren van bijv. richters in Israel, dan zijn dat geen dode feitjes die ze eigenlijk wel kunnen missen maar dan heeft dat rijtje rechtstreeks te maken met Gods verlossingswerk in het Oude Testament en met de openbaring van de komende Messias. Als catechisanten een vraag en antwoord uit de catechismus uit het hoofd leren, dan is dat geen nutteloze kennis, die je zonodig ook wel kunt opzoeken, maar dan gaat het om kennis van de levende leer van de Bijbel, het eigen Woord van God, het evangelie, die in het leerboek van de kerk kort en eenvoudig wordt nagesproken.

Uit het hoofd

Als het over catechisatie gaat, dan hebben we o. a., naast bespreking en uitleg, te maken met uit het hoofd leren.

Het is een bekend en onomstreden gegeven in de leerpsychologie dat een mens voor het onthouden van allerlei kennis " kapstokken" nodig heeft. Kernwoorden. Namen. Data. Jaartallen. Korte stukken tekst. In het geheugen van een mens wordt heel veel kennis verbonden met die " kapstokken". Tegenwoordig zou je kunnen zeggen, vergeleken met een computer, dat een mens om goed te kunnen onthouden en de opgedane kennis goed te kunnen begrijpen en verbinden met andere kennis, de " bestandsnaam" moet weten waar de kennis is opgeslagen. Dat is eigenlijk hetzelfde. Daarom is uit het hoofd leren zo belangrijk. Wezenlijk. Door uit het hoofd te leren is het mogelijk om allerlei zaken die we geleerd hebben te gebruiken.

Ik kom de naam Ehud tegen...... O ja, dat was die richter. Even denken...... Ja, dat was die man uit de stam van Benjamin, die zijn zwaard aan de verkeerde kant droeg en die door een list de koning van Moab doodde. Zo mocht hij Israel bevrijden. Zo wilde de Heere door hem zijn volk verlossen. Op de weg naar de komst van Christus. Toch goed dat ik al die richters nog zo in mijn hoofd heb...

Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden? Ja, want de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente.
Dus die collega, die het altijd heeft over de waarde van de volwassendoop en die de kinderdoop verwerpt, heeft ongelijk. Dat weet ik in ieder geval zeker. Ik zal het thuis nog eens nakijken. Werd de doop niet vergeleken met de besnijdenis, die juist ook voor kinderen was? Toch goed dat ik indertijd die Zondag 27 moest leren.

Uit het hoofd leren is waardevol. Sterker, het is onmisbaar. Misschien wordt dat zo niet meer gezien in onze vertechniseerde informatie-maatschappij. Maar het dienen van de Heere kan niet zonder. Als we niet meer bereid zijn om het uit het hoofd leren een goede plaats te geven, en als we niet er voor zorgen dat juist de jeugd veel " kapstokken" of " bestandsnamen" leert, dan doen we onszelf en de kerk van de Heere ernstig tekort en zal dat leiden tot grote schade.
En dat geldt dan niet alleen voor kennis van de Bijbel en de catechismus maar, in het verlengde van de Bijbel, ook voor de kennis van andere belijdenisgeschriften en van de geschiedenis van Gods kerk.
Vraag het de ouderen in de kerk: hebben ze niet in hun leven heel veel gehad aan de dingen die ze als jongeren uit het hoofd leerden?
En hebben we tijdens de jongste reformatie van de Kerk niet vaak verzucht: onbegrijpelijk, hoe kan het toch dat ze dat niet weten?

Wijsheid

Nu moet niet het misverstand rijzen dat we er dus zijn als de jeugd maar veel uit het hoofd leert. Dat zou ook weer eenzijdig zijn. In de Bijbel worden kennis en wijsheid vaak direct bij elkaar genoemd.

" Ja, in je hart zal wijsheid komen en kennis zal aangenaam zijn voor je ziel. " (Spr. 2:10).

Die feitenkennis is het begin. Maar daar moet het niet bij blijven. Al die namen en gebeurtenissen en jaartallen en stukken catechismus en Bijbelteksten moeten ook een plaats krijgen. We zouden ook kunnen zeggen: het bestand moet gevuld worden, het moet geen lege pagina blijven. Dat betekent dat er begrip nodig is. We moeten verbanden gaan zien. Inzicht proberen te krijgen. Begrijpen wat er precies gezegd wordt in dat woord, in die tekst, in dat artikel van de NGB. Wat zegt de Heere hier nu? Welke plaats heeft dit in de heilsgeschiedenis? Wat is het verband met Gods verlossingswerk? Welke plaats heeft deze geschiedenis in het begrijpen van het Verbond? Hoe wordt onze Heere hier groot gemaakt? Wat betekent dit voor de leer van de Kerk? Hoe zien we dat terug in de geschiedenis van de kerk? Wat zegt de Heere hier over de inrichting van ons leven? Welke dwalingen zijn er daarover in omloop? Waartegen moeten we ons wapenen?
Kijk, dan komen we helemaal bij de kennis die de Bijbel bedoelt.
Denkt u nog maar eens na over het voorbeeld van Ehud, het verband tussen de geschiedenis van het Oude Testament, de komst van de Christus en onze eigen verlossing van zonde en dood. Wat een wonder van Gods genade!
Wijsheid, verstandigheid, inzicht. Geloofswijsheid.

Kennis geeft kracht

" De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning. " (Spr. 1:7).

Het liefhebben en gehoorzamen van de Heere, het dankbaar leven uit zijn genade, dat is waar de geloofskennis toe leidt. Daar draait het allemaal om. Dat is de reden om in de kerk feiten te leren. En om inzicht te krijgen. Om met elkaar de Bijbel en de belijdenis en de kerkgeschiedenis te bestuderen. Jong en oud. Het begint met geloven. En het leidt ertoe dat ons geloof rijker en sterker wordt.
Geloofskennis en gelovige kennis, geloven zoals de Heidelbergse Catechismus dat in Zondag 7 samenvat, dat maakt dat we steeds meer dankbaar kunnen leven. Want we krijgen steeds meer oog voor Gods genade.
Het maakt dat we steeds beter onze eigen nood en onmacht zien en steeds meer naar Christus getrokken worden.
Het opent onze ogen voor dwalingen en maakt dat we aanvallen van de satan op de kerk herkennen.
Ja, als we gehoorzaam bezig zijn met die kennis te verwerven, dan mogen we erop rekenen dat de Heere onze inspanning wil zegenen. Of we nu jong zijn of oud, op school, op catechisatie, op de vereniging, in gesprekken, in het samen onderzoeken en leren in het gezin en in persoonlijk Bijbellezen en persoonlijke studie. Zo helpt de kennis mee om ons te versterken in het dienen van de Heere en om ons samen als volk van Gods Verbond, als zijn Kerk in de wereld, op het goede spoor te blijven.

Er is weer een nieuw “ winterseizoen” aangebroken. De startavonden zijn geweest. Bijbelstudieverenigingen, jeugdverenigingen, catechisaties, het begint allemaal weer. Opnieuw geeft de Heere ons een studieseizoen.
Bedenk: " een man van kennis zet zijn krachten in ". Kennis maakt sterk. De kennis die begint en eindigt met de vreze des Heeren. Een man, een vrouw, een jongen, een meisje, ieder die de Heere van harte wil dienen, gaat, ieder naar eigen mogelijkheden, met eigen gaven en beperkingen, aan de slag. Leren in de kerk. Samen leren.

Geve de Heere opnieuw een gezegend en vruchtbaar verenigings-en catechisatieseizoen.