-A A +A

“Dordt: tot vrede en stichting der kerken ” (1)

Jaargang: 
12
Datum: 
10 okt. 2018
Nummer: 
17
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
2103

400 jaar bewaring van de kerk in de Nederlanden, Lezing Kerkdag 2018

(Op. 3:10 – 12)

Nationale Synode

Nationale Synode van Dordrecht ….. In 2016, 2 jaar geleden,   was de laatste synode onder die naam. Daarvoor in 2013 en in 2010. In 2010 een heel bijzonder gebeuren. 52Protestantse kerkgenootschappen en kerkelijke groeperingen in Nederland kwamen toen, voor het eerst als gezamenlijke Nederlandse kerken, in zo’ n verband bij elkaar. Er werd heel duidelijk terug gegrepen naar die eerste Nationale Synode te Dordt, in 1618/1619. Heel bijzonder was dat ook de remonstranten, de nazaten van de remonstranten uit de zestiende en zeventiende eeuw, die op de grote synode in 1618/1619 veroordeeld werden vanwege hun onbijbelse leer, waren uitgenodigd! Van de grote kerkgenootschappen ontbraken alleen de roomsen. Die nationale synode in 2010 stond helemaal in het teken van de oecumene, de eenwording. Er werd spijt betuigd over de grote kerkelijke verdeeldheid in Nederland, ontstaan de eeuwen door. Ook werd heel sterk de nadruk gelegd op de roeping van de kerken om sámen iets te betekenen voor de samenleving.   Sámen je inzetten voor een gezonde en rechtvaardige samenleving. Met voorbijgaan aan alle verschillen. Zeg maar “ samen in de Naam van Jezus” en verder niets.

Alleen onze kerken, DGK, en de Hersteld Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten en Oud Gereformeerde Gemeenten ontbraken. Bewust. Dat zult u begrijpen.

In november 2018, over een week of 7, moet er een volgende, een vierde nationale synode komen. In de maand dat 400 jaar eerder die heel bijzondere Nationale Synode in Dordrecht plaatsvond. Dat moet een echte synode worden waar de verzamelde kerken samen echte besluiten gaan nemen. Net als in 1618/1619.

Terecht, die verbinding met 1618/1619?

Nee. Juist niet. De gedachte dat de versplintering van de kerken in 1618/1619 begon, en dat we daar nu een eind aan moeten maken, doet totaal geen recht aan wat er toen gebeurde. Aan hoe de Heere toen met zijn kerk in de Nederlanden aan het werk was. Integendeel. Waar het in 1618/1619 ging om de Waarheid, met een hoofdletter, daar gaat het vandaag om eenheid ten kòste van de waarheid. Zo gezien zijn die hedendaagse Dordtse synodes een leugen. Valse oecumene.

 

Gedenken

En dan toch die Grote Dordtse synode uit de zeventiende eeuw ook in onze kerken gedenken? Ja. Juist. Niet in het spoor van de eenheidsprofeten in Nederland. Wel in waarheid. In dankbaarheid. Niet, vol spijt, schuld betuigen over onnodige verdeeldheid maar iets heel anders: dankbaar en met eerbiedig ontzag terugzien naar wat de Héére zijn kerken in ons land toen gaf. Op Bijbelse wijze gedenken de grote daden van de Heere in de fundering en bewaring van zijn kerk in ons land.

 

Daarom willen we op deze Kerkdag stil staan bij de Synode van Dordrecht 400 jaar geleden, van 13 november 1618 tot 9 mei 1619. De besluiten die daar toen zijn genomen hebben zeer grote en concrete invloed gehad op ons gereformeerde kerkelijk leven, tot op de dag van vandaag.

In deze lezing willen we een paar aspecten van de geschiedenis van de Dordtse Synode naar voren halen. Alles is uiteraard niet mogelijk.

 

Allereerst iets over de aanleiding en de achtergrond van die synode. Waarom? Waarom toen? Wat was de voorgeschiedenis?

Ook zeggen we iets over de samenstelling van de synode. Wie waren daar bij elkaar?

Daarna willen we, zonder compleet te zijn, iets vertellen over de gang van zaken op de synode, over de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten.

Dan sluiten we af met door te steken naar vandaag. Waarom was die kerkelijke vergadering van 400 jaar geleden toch zo belangrijk? Wat betekent Dordt 1618/1619 voor ons?

 

Achtergrond

Dus eerst iets over aanleiding en achtergrond. Daarvoor gaan we naar de laatste 3 decennia van de zestiende eeuw. In de Nederlanden was dat een buitengewoon zware tijd. Oorlog! Oorlog tegen de koning van Spanje. Oorlog, vooral, dat was naast andere zaken de kern, om het recht te hebben de Heere in vrijheid te dienen naar Zijn Woord. Oorlog om het recht om in vrijheid gereformeerd te kunnen zijn. Een harde, wrede, tientallen jaren durende oorlog. Met alle gevolgen van dien.

En in die tijd zijn daar de gereformeerde kerken in de Nederlanden. Relatief heel jonge kerken. Kerken van de Grote Reformatie. Gereformeerd, niet Luthers. Met tienduizenden leden die wel de “ nije lere” zijn toegedaan maar nog niet echt goed in de gaten hebben wat dat betekent voor het geloof. En voor het dagelijks leven. Die daar vaak ook niet aan willen. Gereformeerde kerken ook in de lastige politieke verhoudingen van die tijd.

Die situatie leidde er toe dat de gereformeerde kerken ook kerkelijk strijd moesten leveren. Continu. De hele tijd door.

 

Onderwijs

De kerken moesten zich allereerst heel   erg inzetten voor de toerusting en onderwijzing van gemeenten. Hele steden en dorpen verklaarden zich in die tijd voor de reformatie. Van de ene op de andere dag werden gemeenschappen gereformeerd. Dat was het gevolg van de politieke gewoonten van die dagen en van het verloop van de strijd. Dat leidde tot heel veel in naam gereformeerd zijn. Je moest ook wel. Anders kwam je geïsoleerd te staan in je gemeenschap. Slecht, heel slecht voor je carrière en je zaken … …. Er was dan ook een groot gebrek aan geloofskennis. Een groot gebrek ook aan het besef dat het dienen van de Heere ook grote betekenis heeft voor het hele leven, voor alles wat je doet. Dat vroeg voor de kerken om goed gestudeerde, trouwe en volhardende predikanten die de gemeenten konden onderwijzen. Om universiteiten waar de theologie naar Bijbelse normen grondig werd beoefend en onderwezen.

 

Belijdenis

Een tweede strijdpunt betrof de binding aan de belijdenis. Vanaf het begin van de doorwerking van de Reformatie in de Nederlanden. Waarop moesten predikanten en kerkenraden zich nu vastleggen? Vanaf het midden van de zestiger jaren van de zestiende eeuw was de Nederlandse Geloofsbelijdenis, opgesteld door Guido de Brès, algemeen erkend als in alles Gods woord nasprekend. Een samenbindende belijdenis. Maar niet iedere predikant was bereid zich daaraan te binden. Dan hier, dan daar, waren er predikanten die tegen sommige artikelen bezwaar hadden. En soms een andere, eigen leer daar tegenover verkondigden. Ze meenden dat dat moest kunnen in de kerk. Libertijns noemen we die opvatting.

Zo verscheen er bijv. in 1608 een soort “ tegencatechismus” waarin allerlei fundamentele geloofswaarheden (erfzonde, uitverkiezing, verzoening en rechtvaardiging) niet werden geleerd.

Vaak werd het argument gebruikt dat belijdenis en catechismus slechts menselijke geschriften waren en dat je je alleen maar kon binden aan de Bijbel. Een drogreden, de belijdenis werd zo afgezet tégen Gods Woord. Maar het klonk (en klinkt ook vandaag steeds weer opnieuw) wel redelijk …..

 

Independentisme

Daarmee samenhangend was er ook telkens op verschillende plaatsen de confrontatie met het independentisme. In 1571 hadden de kerken gezamenlijk, in Emden, de “ artikelen van Emden” aanvaard. Een aantal fundamentele afspraken voor het samenleven in één kerkverband. De voorloper van de latere gereformeerde kerkorde. Ook hiervoor geldt dat af en toe kerkenraden zich independentistisch gedroegen. Hoewel aangesloten bij het kerkverband weigerden ze besluiten op te volgen, wilden ze zich, als dat gevraagd werd dor de kerken, niet verantwoorden en meenden ze dat ze rustig hun eigen gang konden gaan. Eigenlijk wilden ze geen kerkverband naar de artikelen van Emden maar iets veel lossers. Ja, er is echt ook vandaag niets nieuws onder de zon …..

 

Overheid

En tenslotte, in de vierde plaats, was er de voortdurende worsteling om de overheid niet te laten heersen in de kerken. Om op een goede manier om te gaan met de verhouding kerk en overheid, kerk en politiek. Dat was betrekkelijk nieuw. In de situatie voor de Grote Reformatie was de verbinding tussen kerk en overheid heel gebruikelijk. In de reformatiestrijd werd in het Duitse keizerrijk de afspraak gemaakt dat de plaatselijke vorsten mochten bepalen welke religie in hun landen de heersende zou zijn: rooms-katholiek of protestants. En dat was in de meeste Europese landen zo. Maar door de Reformatie leerden onze voorouders dat in de nieuwtestamentische bedeling de kerk een andere Meester, een andere Heer heeft. Dat de wereldlijke overheid geen recht heeft in de kerk.

Dat leverde in de Nederlanden heel veel moeite op. Juist in die strijd om vrijheid van geloof en geweten hadden kerk en politiek elkaar hard nodig. De politiek draaide eerst om en had later heel veel verbinding met de ontwikkelingen op kerkelijk terrein. De overheid wilde dan ook het een en ander te zeggen hebben over en in de kerk. Independentisten en Libertijnen maakten daar vaak misbruik van door zich achter dat streven te stellen en tegen de kerkelijke vergaderingen hulp te vragen bij overheden.

En die kregen ze vaak ook. In 1586 werd de laatste nationale synode gehouden voorlange tijd. Dat was niet de bedoeling. De afspraak werd gemaakt dat de kerken iedere 3 jaar bijeen zouden komen. Maar de overheid, de Staten-Generaal, onder leiding van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, en de zeer machtige staten van het gewest Holland, verhinderden dat. Het paste niet in hun politieke streven.

 

Ziet u voor wat voor zware opgaven de jonge gereformeerde kerken zich gesteld zagen? Een enorme inspanning voor de doorgang van de reformatie. Elkaar vasthouden bij de belijdenis van de kerken. Vastberaden en vasthoudend strijd voeren   tegen onbijbels independentisme. Worstelend om de onafhankelijkheid van de kerk ten opzichte van de overheid. (Die laatste strijd hebben de kerken in de volgende twee-en-een-halve eeuw nooit helemaal gewonnen; pas met de Afscheiding van 1834 werd dat realiteit).

 

Aanval op de Reformatie

Aan het eind van de zestiende eeuw en het begin van de zeventiende zien we die verschillende strijdlijnen samenkomen. In de voorafgaande decennia waren er meerdere keren conflicten rond predikanten geweest. Predikanten die zaken leerden die afweken van de Schrift. Ik weet niet of u ze herkent maar ik noem enkele namen: Coornhert, Duifhuis, Herberts, Sybrantsz, Wiggerts. Nee, u kent ze vast niet. Maar belangrijk is dat het steeds ging om individuele zaken. Dan hier een predikant, dan daar een predikant en/of een kerkenraad.

Maar rond de eeuwwisseling concentreerden de theologische verschillen zich rond de discussies tussen twee vooraanstaande predikanten en hoogleraren: Jakobus Arminius en Franciscus Gomarus. Belangrijkste onderwerp was Bijbelse leer van de uitverkiezing. Beide mannen waren begiftigd met een groot verstand en ze waren uitstekend opgeleid. Er werd naar hen geluisterd. En ze kregen langzamerhand hun eigen, zeg maar “ achterban”. Er ontstonden eigenlijk twee strómingen, twee “ partijen” in de kerk, onder de theologen. Dat was anders dan tevoren. De strijd ging nu niet meer om het vermanen van een predikant of een kerkenraad. Nee, de discussie over de leer van de uitverkiezing ging de hele kerk bezig houden. En verdeelde de gereformeerde kerken. We zouden kunnen zeggen: de verschillen over de leer van de uitverkiezing, want daar ging het om, tegen de achtergrond van independentisme en de strijd om de binding aan de belijdenis, leidde tot de eerste echt gróte aanval op de Reformatie binnen de kerken in Nederland.

 

Want het ging om wezenlijke geloofszaken. Om de kern van het evangelie. Arminius had grote bezwaren tegen de leer van de uitverkiezing. Gomarus kwam met kracht daarentegen op voor de waarheid van het Woord. We gaan dat nu niet inhoudelijk uitwerken. We gaan straks ook niet de inhoud van de Dordtse Leerregels bespreken. Op de Bondsdag heeft ds. Sneep daarover een prachtige lezing gehouden, die ook gepubliceerd is in De Bazuin.

Wel gaan we kijken naar de gang van zaken.

 

Verzoening?

Vanaf 1597 ging de discussie over de uitverkiezing steeds meer het kerkelijk leven beheersen. Er kwamen echt twee partijen. Op verschillende vergaderingen en conferenties en tijdens colleges bestreden Arminius en Gomarus elkaars zienswijze.

Er werd verschillende keren een poging gedaan, bijv. door de leiding van de belangrijke universiteit van Leiden, om te komen tot een soort “ verzoening”. Om tot uitspraken te komen waarin beide partijen zich zouden kunnen vinden. Maar dat lukte niet.

Ook de overheid probeerde dat. De overheid, de Staten van de gewesten en de Staten-Generaal hadden groot belang bij rust, vrede en eenheid in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Met name, zoals gezegd, de Staten van Holland, en Oldenbarnevelt bemoeiden zich sterk met het conflict. En daarbij wreekte zich de sterke verbondenheid tussen kerk en overheid. Want Holland en Oldenbarnevelt stelden   zich achter Arminius en de Arminianen. Ruimte in de kerk, elkaar de nodige vrijheid gunnen, en zo partijschappen en onrust voorkomen, dat paste in hun politieke denken. Het was nog altijd oorlog! Dus geen onnodige onrust en verdeeldheid in het land. Je zou kunnen zeggen: vrede (of schijnvrede) met voorbijgaan aan de Waarheid, daar kwam het politieke streven in de praktijk op neer.

Maar de verzoeningspogingen leden keer op keer schipbreuk. Gelukkig, mogen we zeggen, want het ging, zoals gezegd, om het hart van het evangelie.

 

Geen synode

We stippen een paar dingen aan uit de gebeurtenissen van die jaren.

In 1609 overleed Arminius. Een zekere Professor Conradus Vorstius name het stokje van hem over. Andere vooraanstaande Arminianen werden Episcopius en Uittenbogaert, ook bekende namen uit de historie.

In die tijd werd er vanuit de kerken sterk aangedrongen op het weer houden van een nationale synode. Ja,   er was een meerderheid in de kerken die daar nadrukkelijk om vroeg. In 1607 werd daar ook een commissie mee aan het werk gezet. Maar toen puntje bij paaltje kwam bleek dat een meerderheid van de Staten-Generaal dat tegenhield. Ze wilden niet mee met de wens van de “ Gomaristen” en wilden niet dat de Arminianen in de verdrukking kwamen. Oldenbarnevelt ontbond de commissie met het argument dat er nu nog teveel verdeeldheid was!   En dat nu eerst staatszaken aandacht moesten hebben. Tja … …

 

Remonstrantie

Maar de discussie, de strijd binnen de kerken, ging wel door. In 1610 kwamen veertig Arminiaanse predikanten bij elkaar. Zij besloten een beroep te doen op de Staten. Want ze voelden zich nogal in de hoek gedrukt. Dat deden ze in de vorm van een “ remonstrantie”. Dat is een verweerschrift. Een verdedigingsschrift. Ze beklaagden zich bij de Staten erover dat in de kerken de indruk werd gewekt dat zíj de oorzaak zouden zijn van de kerkelijke moeiten. Wat natuurlijk niet zo was, toch? Ze vroegen de overheid om een nationale synode met als dóel daar te komen tot een herziening van de belijdenis. Iedereen zou daar dan vrijuit bezwaren tegen de belijdenis in kunnen brengen. Gevolgd door logische aanpassingen. En in een vijftal punten legden ze uit waarom het ging, wat betreft de leer van de kerk.

Als we die punten teruglezen, dan is duidelijk dat ze daarin de kern van het gereformeerde, dat is het Bijbelse geloof aantastten. Ze gebruikten daarvoor een interessante techniek: ze hielden hun eigen opvattingen achter maar beschreven juist de mening van de Gomaristen, maar dan op een extreme manier. Vertekend. En tegen die vertekening, hun eigen tekening, maakten ze bezwaar. Herkent u de methode?

Naar die brief, die remonstrantie, worden ze later “ remonstranten” genoemd.

 

Contraremonstrantie

Oldenbarnevelt en de Staten-Generaal waren er niet blij mee. Ze waren bang voor de gevolgen en wilden de remonstrantie eerst stil houden. Maar toen dat niet lukte, toen het uitlekte en de remonstrantie publiek werd, organiseerde Oldenbarnevelt een vergadering om de zaak te sussen, de zogenaamde “ Haagse Conferentie” in 1611. Let u op: geen synode maar een conferentie. Dat is van belang.

We komen er nog op terug.

De conferentie mislukte. De aanwezige Gomaristen doorzagen de pogingen van de remonstranten en Oldenbarnevelt. Ze stelden een “ contra-remonstrantie” op. Vandaar later hun aanduiding als contraremonstranten.

De contraremonstranten maakten bezwaar tegen de manier van handelen van de remonstranten. Kort gezegd: dat kan niet: wel bezwaar maken tegen vertékende gereformeerde leringen maar niet helder zijn over hun eigen opvattingen. Terwijl de remonstranten ook nooit de kerkelijke weg van die tijd waren gegaan. Ze drongen er sterk op aan om de kerkelijke verschillen door kerkelijke vergaderingen te laten beslissen. Niet door de overheid.

 

Oldenbarnevelt

U begrijpt wel dat de overheid, en met name Oldenbarnevelt, de Staten van het gewest Holland en de Staten van het gewest Utrecht, daar helemaal niet blij mee waren. Ze verboden verschillende provinciale synodes en ze weigerden een nationale synode toe te staan. In verschillende steden ging de plaatselijke overheid zich er mee bemoeien. Predikanten werden geschorst. En remonstrantse predikanten die geschorst waren werden in ere hersteld. Dat leidde er weer toe dat hier en daar contraremonstrantse voorgangers eigen diensten gingen beleggen. Hier en daar scheurden gemeenten. Er verschenen verschillende scherpe geschriften, van beide kanten. Tenslotte gingen plaatselijke overheden ook hun macht inzetten, vooral om de contraremonstranten te hinderen. We hebben het dan over gewapende macht.